DELIER - BEHANDELING

Behandeling van een delier bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste moeten de factoren die het delier hebben veroorzaakt worden behandeld. Ten tweede worden de verschijnselen van het delier zelf behandeld. En ten derde moeten de naasten van de patiënt begeleiding krijgen, zodat ze weten hoe ze met de situatie om moeten gaan.

1. Behandeling van de uitlokkende factoren
Als iemand een delier krijgt, gaat de arts eerst op zoek naar de uitlokkende factoren. De oorzaak moet natuurlijk worden aangepakt. Zo moeten infecties worden bestreden, vergiftigingen behandeld, de samenstelling van het bloed verbeterd worden of de medicijnen die iemand krijgt worden aangepast.

2. Behandeling van de verschijnselen van het delier
Vaak behandelt een psychiater of geriater (bij een delier bij ouderen) de verschijnselen van een delier. De patiënt kan medicijnen krijgen tegen onrust, waanideeën en hallucinaties. Als het delier over is, zijn de medicijnen niet meer nodig.

3. Begeleiding voor naasten
Het is belangrijk dat u en andere naasten duidelijke uitleg krijgt over wat er aan de hand is en advies krijgen over wat u kan doen. Want patiënten worden rustiger als hun omgeving ze ook rustig behandelen.
Ze moeten niet te veel, maar ook niet te weinig prikkels van buitenaf krijgen. En ze moeten alles zo goed mogelijk kunnen zien en horen. Dus als uw naaste een bril of gehoorapparaat heeft, moet hij die gewoon gebruiken.

Afleiding met dingen uit het hier-en-nu kan de aandacht afleiden van waanideeën. Het is fijn voor verwarde mensen als ze zich kunnen oriënteren op bijvoorbeeld de klok en een kalender. U kunt vertrouwde voorwerpen en foto’s met bekende gezichten van huis meenemen, zodat uw naaste zich kan realiseren wie hij is.

Mensen met een delier zijn soms zo onrustig dat zij zichzelf schade toedoen door uit bed te stappen, terwijl dat nog niet kan doordat zij bijvoorbeeld een infuus hebben. Daarom is het veel veiliger voor ze als er continu iemand aanwezig kan zijn die ze kennen en vertrouwen.

Mensen die een delier hebben gehad herinneren zich achteraf vaak maar flarden van wat er is gebeurd. Het besef dat men heel vreemd heeft gedaan kan bedreigend en schaamtevol zijn. Daarom is het heel geruststellend als u uw naaste achteraf kunt uitleggen wat er is gebeurd en hoe dat is gekomen.

Soms moeten andere beschermende maatregelen worden genomen om te voorkomen dat iemand uit bed stapt terwijl dat nog niet kan. Bijvoorbeeld door veiligheidsrekjes om het bed, handen vat te binden, soms ook van meer lichaamsdelen.