DEMENTIE- DIAGNOSE

Over het algemeen begint dementie met toenemende vergeetachtigheid. Vooral gebeurtenissen van vandaag en gisteren worden vergeten, waardoor dezelfde vragen steeds herhaald worden. Herinneringen aan vroeger blijven meestal juist lang bewaard. Soms worden missers van het falende geheugen opgevuld met verzinsels. In het begin gaat ook vaak het besef van tijd, bijvoorbeeld welke dag het is, achteruit. Pas later ontstaan problemen in het besef waar men is en kunnen bekenden niet meer worden herkend. Soms begint dementie niet met al deze geheugenstoornissen, maar met andere verschijnselen zoals hieronder genoemd.

Behalve geheugenstoornissen zijn er bij dementie ook nog één of meer andere geestelijke functies verstoord, zoals bijvoorbeeld:

  • Rekenen: waardoor omgaan met geld niet meer lukt.
  • Spreken: waardoor voorwerpen niet meer kunnen worden benoemd en de spraak steeds meer beperkt wordt.
  • Schrijven en tekenen.
  • eenvoudige dagelijkse handelingen: waardoor steeds meer hulp nodig is bij wassen, kleden, eten, toiletgang.
  • Herkennen en gebruik van voorwerpen: waardoor bijvoorbeeld thee in de suikerpot wordt geschonken.
  • Vermogen om problemen op te lossen: waardoor vreemde beslissingen worden genomen.
  • Het vermogen om te oordelen: waardoor men sociale situaties slecht inschat.
  • Gedrag: zoals initiatiefverlies, onverschilligheid, ontremming, agressiviteit, onrust of juist traagheid, of een verstoring van het dag-nachtritme. Bepaalde karaktertrekken kunnen verscherpen, maar ook juist milder worden.
  • Stemming: verschijnselen als somberheid, angst, prikkelbaarheid, onbegrepen huil- en lachbuien kunnen optreden.
  • Waarneming en denken: kunnen verstoord raken waardoor hallucinaties en wanen voorkomen. Bij hallucinaties worden dingen waargenomen, die er niet zijn. Wanen zijn denkbeelden die niet op waarheid berusten, maar die voor de patiënt wel reëel zijn. Het gebeurt nogal eens dat anderen beschuldigd worden van diefstal van iets dat men gewoon kwijt is.


Het beloop is afhankelijk van de oorzaak van de dementie. Algemeen geldt dat het geestelijk functioneren in de loop der jaren geleidelijk achteruitgaat. Zo gaan de belangstelling voor en het besef van de omgeving steeds verder achteruit. Het wordt moeilijk het eigen huis en soms zelfs de eigen partner te herkennen. Gesprekken zijn nauwelijks meer mogelijk. Er ontstaan problemen met het ophouden van urine of ontlasting. Het lopen gaat steeds slechter. Uiteindelijk moet de patiënt overal mee worden geholpen. Opname in een psychogeriatrisch verpleeghuis is tenslotte nogal eens noodzakelijk. Demente patiënten overlijden vaak enkele jaren eerder dan gemiddeld.

Diagnose
Zodra storende vergeetachtigheid vrijwel dagelijks optreedt, is een bezoek aan de huisarts aan te raden. Iemand met dementie doet dat zelden zelf, zodat familieleden hierbij vaak de helpende hand moeten bieden. Het kan heel pijnlijk zijn om de achteruitgang van een geliefd persoon onder ogen te zien, maar niemand is erbij geholpen de ogen hiervoor te sluiten. Ook ouderen die zich zelf zorgen maken over hun eigen geheugen moeten snel hulp inroepen. Hoe eerder u weet wat er aan de hand is, des te beter, zeker als het om een vorm van dementie gaat die te behandelen is.

Bij klachten over het geheugen is het verstandig de huisarts te raadplegen. De huisarts kan zelf onderzoek doen en u zo nodig doorverwijzen naar een medisch specialist, of de ouderenafdeling van een GGZ instelling. Tegenwoordig bestaan ook zogenaamde geheugenpoli’s, waar verschillende deskundigen onderzoek naar de geheugenproblemen kunnen doen. Er zal uitgezocht worden of er sprake is van normale ouderdomsvergeetachtigheid, van dementie, van depressie of van een delier. Naast een gesprek met de patiënt en diens partner of familielid, is lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek nodig. Psychologisch onderzoek is vaak belangrijk om de soort en de ernst van de eventuele dementie te bepalen. Soms is nader onderzoek van de hersenen nodig met een bepaalde ‘hersenfoto’ (meestal een CT-scan of MRI-scan). Geen van deze onderzoeken is erg belastend of riskant.

Overigens geldt voor de ziekte van Alzheimer, een van de ziekten die dementie veroorzaken, dat deze nooit met 100% zekerheid is vast te stellen. In totaal kunnen waarschijnlijk zo’n 5-10% van de ziekten die dementie veroorzaken goed worden behandeld, mits men er vroeg bij is. Dit geldt vooral voor de dementieën ten gevolge van oorzaken buiten de hersenen. Een delier of depressie kan meestal ook goed worden behandeld.