Psychiaters worden regelmatig geconfronteerd met een doodswens van psychiatrische patiënten. In de meeste gevallen is deze doodswens een symptoom van de psychiatrische ziekte waaraan de patiënt lijdt. Met toestemming van de patiënt of zijn/haar wettelijk vertegenwoordiger, behandelt de psychiater de ziekte met de daartoe beschikbare bestaande middelen.

In uitzonderingsgevallen houdt de doodswens aan en hebben medicamenteuze en/of psychotherapeutische behandelingen niet tot het gewenste resultaat geleid. Als het leven met een psychiatrische ziekte door de patiënt als ondraaglijk lijden wordt ervaren, kan de patiënt een euthanasieverzoek (verzoek om levensbeëindiging door een arts) doen.

Binnen de kaders van de ‘Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding’ is door de NVvP in 2009 een richtlijn voor psychiaters opgesteld. De richtlijn beschrijft hoe psychiaters met een euthanasieverzoek dienen om te gaan en volgens welke procedures zij moeten handelen. De richtlijn geeft duidelijkheid over hoe de psychiater in een voorkomende situatie uitvoerig na kan gaan in hoeverre het euthanasieverzoek strookt met de wettelijk gestelde zorgvuldigheidseisen. Ook voor het bespreekbaar maken van het onderwerp kan de richtlijn gebruikt worden.

De richtlijn uit 2009 wordt momenteel herzien. Naar verwachting verschijnt de nieuwe richtlijn eind 2016.