DWANGSTOORNIS - ALGEMEEN

Wat is een dwangstoornis?
Mensen met een dwangstoornis hebben last van dwanggedachten en/of dwanghandelingen. Dat betekent dat ze een groot deel van de dag bezig zijn met iets voor de zekerheid controleren of herhalen. De angst voor het verlies aan controle en onveiligheid beheerst hun leven.

Iedereen kent vaste gewoonten en routinehandelingen. Zo controleren veel mensen het gas, licht en de sloten voordat ze naar bed gaan, terwijl ze eigenlijk weten dat alles in orde is. Zo’n extra controle geeft een gevoel van veiligheid in een situatie die risico met zich mee zou kunnen brengen. Als het risico groter wordt, bijvoorbeeld bij vertrek voor een vakantie van drie weken, controleren veel mensen hun huis extra goed. Soms rijdt iemand zelfs nog een keer terug om te zien of het gas echt uit is en de deur op het nachtslot. Dit soort herhalingsgedrag is normaal. Het is niet normaal meer als mensen een groot deel van de dag hiermee bezig zijn, en angst voor het verlies aan controle en onveiligheid hun leven gaat beheersen. Dan heeft iemand een dwangstoornis. Dat noemen we ook wel een obsessieve compulsieve stoornis. Er zijn mensen die vele uren per dag last hebben van dit soort klachten.

Hoe vaak komt een dwangstoornis voor? En bij wie?
De dwangstoornis komt bij ongeveer 2 % van de bevolking voor, vrijwel even vaak bij vrouwen als bij mannen. Meestal ontstaat de stoornis rond het 20e jaar, maar het kan op alle leeftijden voorkomen. In een kleiner deel van de gevallen ontstaan de klachten van de stoornis al in de kindertijd. In de kindertijd zijn er meer jongetjes die last hebben van de dwangstoornis dan meisjes. Wanneer een dwangstoornis op latere leeftijd ontstaat, gebeurt dit vaak na ingrijpende levensgebeurtenissen. Bijvoorbeeld als iemand op kamers gaat wonen, stress op het werk krijgt of een heftige bevalling meemaakt.